Langzaam loop ik naar het spoor. Ik heb geen zin om me te haasten en door de tranen zie ik niet goed waar ik mijn voeten zet. De stemmen die ik in mijn hoofd hoor schreeuwen om het hardst. Het zijn geen fictieve stemmen, maar ze zijn van echte mensen. Mijn klasgenoten die me uitlachen en rotopmerkingen maken en zelfs nu ik hier alleen loop galmen de herinneringen nog steeds door mijn hersenpan.

Even, een paar jaar, zijn ze weg geweest. Vier jaar middelbare school zonder getreiter, dat was een verlossing en eindelijk dacht ik er vanaf te zijn. Maar hier op het ROC begint het weer van voor af aan.
Ik kan ze niet meer horen. Nee, ik WIL ze niet meer horen. Natuurlijk kan ik nog wel voortleven. Maar als die stemmen me de rest van mijn leven blijven achtervolgen hoeft het niet van mij.

Eén stem springt erboven uit, die van Martijn. Een klootzak van mijn basisschool die geen mogelijkheid onbenut liet om mij de grond in te trappen. ‘papzakken mogen hier niet komen.’ Of ‘kijk uit er ontstaat nog en krater als zij voorbij loopt.’ En als het geen woorden waren, kreeg ik wel een klap tegen mijn hoofd of smeet hij me op de grond. Van al die pesters die mij in die negen jaar het leven zuur hebben gemaakt en die nieuwe losers die hier het stokje hebben overgenomen was hij de allerergste. En daarom blijft zijn stem het hardst hoorbaar in mijn hoofd.

Niemand heb ik verteld over wat ik ga doen en niemand kan me ook tegenhouden. Dit is mijn keuze en al stromen de tranen over mijn wangen, ik zal met opgeheven hoofd deze wereld verlaten.

Ik sta bij het spoor en zet mijn muziek harder om de stemmen uit mijn hoofd te drijven. In mijn oren klinkt nu de stem van die andere Martijn. De zanger van mijn favoriete band en zijn woorden overstemmen de hatelijkheden uit mijn verleden.

Can’t you see me standing here
Looking like a piece of shit
You try to fill my life with fear
Make me feel like some nervous kid

But let me tell you
I’m better than this

Beetje bij beetje ebt het verdriet weg. Ik word rustig van het geluid van zijn stem en krijg weer een kleine glimlach op mijn gezicht. Toch vreemd dat muziek je stemming zo kan veranderen.
Er raast een trein voorbij, maar de reden waarom ik hier sta vervaagt bij iedere zin.

‘Cause I’m good enough for everything
Name the game and I play it well
‘Cause I’m good enough for everything
And I will never let you catch me in your cell
‘Cause I’m good enough

Waarom sta ik hier eigenlijk nog? Ik besef me ineens dat er nog zoveel is wat ik wil doen en wat ik nog kan. Ik wil het niet opgeven. Ik wil niet verdwijnen. Nee, ik zal ze laten zien wat ik kan. Echt talent als ik komt verdomme altijd boven drijven. Let maar op! Ik haal een paar keer diep adem voor ik echt weer in beweging kom. Dan draai ik me om en loop naar huis.

Liedtekst: “Good Enough For Everything” van Taxe/Van Gunn