Als je voor het eerst het huis uit gaat, doe je niet veel met kerst. Ja, je gaat bij je ouders kerst vieren, maar in je flatje doe je nog niets. Maar langzaam aan voel je je er meer thuis. Dus je begint met een klein kant-en-klaar boompje en een pakje kerstkransjes. Maar er komt een jaar dat je denkt: nu wil ik een echte kerstboom.

Je zoekt een boom uit, gaat ballen kopen, slingers, lampjes en een piek. Wanneer je thuiskomt bekijk je wat je hebt aangeschaft en helemaal blij ga je aan de slag. Je zet de boom in de pot en pakt de lampjes. Ja, dat heb je van huis uit meegekregen, eerst de lampjes in de boom.
Eerst ben je een halfuur bezig die lampjes languit door het huis aan het leggen, want dat deden je ouders ook. MOET IK NU ECHT DE LAMPJES EEN VOOR EEN AAN DE TAKKEN VAST MAKEN? Daar heb je dus echt geen zin in en je gooit ze er maar gewoon in. Dan begin je aan de ballen, sterren druppels en andere versiersels. Als allerlaatste zet je de piek erop.
Trots dat je bent op je eerste boom. Bij je ouders thuis was hij nooit zo mooi en je weet zeker dat niemand ooit zo’n mooie heeft gehad, want dit is JOUW boom.

’s Nachts schrik je ineens wakker van een harde dreun. Je loopt snel naar de huiskamer en ziet de boom op zijn kant liggen omringt met de kapotte ballen. Je had te veel ballen aan een kant opgehangen en dan was je ook nog eens vergeten om de pot te verzwaren. Want dat heb je je ouders nooit zien doen en waarom niemand je dat verteld heeft geen idee.

Dus mama’s en papa’s, aan wie ligt het dan als de eerste boom van je kinderen op zijn kant gaat liggen?