Juli 1995, ik was 8 jaar en ik hoorde dat ene liedje op de radio. “Mag ik naar je kijken” van Marcel de Groot. Ik was meteen weg van het nummer. Iedere keer als het op de radio kwam gooide ik de volumeknop helemaal open en natuurlijk kon ik het helemaal mee zingen. Nu, twintig jaar later, staat dat nummer nog steeds in mijn top 5 van meest gedraaide nummers ooit.

10 jaar later keek ik naar een programma over de top2000 en hoorde dat “Avond” van Boudewijn de Groot op nummer 1 stond en ze zonden beelden van hem uit. Nou had ik wel vaker van de zanger gehoord en kende ik het nummer Jimmy; wat ook niet anders kon met mijn hekel aan voetballers en zakenmannen, maar ik had de goede man nog nooit gezien.
‘Hé mam, wat lijkt die Boudewijn toch veel op die Marcel van dat liedje “Mag ik naar je kijken” en ze hebben ook nog de zelfde achternaam.’
Nou ben ik niet het meest alerte persoon op de wereld, maar ik had haar antwoord kunnen verwachten: ‘ja, dat zijn vader en zoon, dat weet toch iedereen.’

Twee en een half jaar later sta ik voor Jim de Groot. (Ik kan wel helemaal gaan uitleggen hoe dat ging maar lees de andere stukken door dan kom je daar vanzelf achter.) Jim lijkt, qua uiterlijk niet zo veel op zijn vader. Dus dat ik dat niet meteen door had verbaasd me niet zoveel. Maar toch heeft het nog zes jaar geduurd voor ik erachter kwam dat Jim zijn jongste zoon was.

Begin dit jaar, toen bekend werd dat Jim Jezus ging spelen en hij steeds vaker in het “nieuws” kwam, werd ik nieuwsgierig. In eerste instantie in Jim, maar al snel dacht ik. Als de ene zoon mij mijn favoriete Nederlandstalige nummer geeft en de ander mij spontaan een orgasme bezorgt als hij zijn strot open trekt, dan moet ik toch weten waar die genen, die ze delen, vandaan komen.
Zijn stem raakt me niet zoveel als die van Jim dat doet. En de nummers zijn goed, maar er zit voor mij geen “Mag ik naar je kijken” tussen. Toch is er iets aan die man dat mij blijft boeien. Daarom kan ik niet wachten om vrijdag die documentaire over hem te zien.

Heel eerlijk wil ik de film niet zien om hem te begrijpen. Maar ik wil begrijpen waarom ik die film wil zien.