Mijn opa heeft een bonsai boom gekregen. Die gaf oma hem voor zijn verjaardag en hij is er super blij mee. Hij kan er uren naar kijken en praat er heel lang over door. Over hoe je hem moet verzorgen en dat hij heel veel liefde nodig heeft. Dat het een kwetsbaar boompje is en dat je er teder mee om moet gaan. Dat je voorzichtig met de blaadjes bent en rekening houdt met wat hij nodig heeft. Je moet geduld hebben en rustig zijn. Niet als een beest te keer gaan. Niet er tegenaan rammen en helemaal niet onderspuiten, maar gewoon met beleid en liefde. Dan pas krijg je het perfecte resultaat en zal het boompje mooi en sterk stralen zoals hij hoort te doen.

Opa weet precies waarom oma hem die boom heeft gegeven en dat is het enige nadeel aan die boom. Volgens hem heeft hij de bonsai gekregen zodat hij iets om handen heeft en oma dan met rust laat. Hij weet dat oma liever een boek leest en vaak hoofdpijn heeft dus, wil ze liever slapen. Opa houdt van oma en daarom houdt hij van het boompje ook al is zijn fysieke leven over.
Als je het aan oma vraagt, zegt ze zuchtend: “Ik hoopte dat opa mij net zo zou gaan behandelen als hij met zijn boompje doet, zodat ik er ook eens plezier aan kan beleven.” Maar die les heeft opa niet begrepen.