Ze zit voor mijn deur
Als ik zit te poepen
Zodra ik zit, verschijnt haar kopje
Ik hoef haar niet te roepen

Ze zit in de starthouding
Klaar om aan te vallen
Maar juist met haar rug naar me toe
Dus ze zal niet tegen mijn been op knallen

Ze wil me beschermen
Ten minste daar ga ik van uit
Ze is er altijd
Of het er nu van voor of van achter uitspuit

Ze kijkt goed om zich heen
Terwijl mijn drol plonst, zacht
Ze is mijn eigen beschermengel
Ze is mijn schild, oh nee, schijtwacht