Ik ben moe. Het is kwart over twaalf ’s nachts en ik ben net thuis van mijn eerste popconcert. Mijn schoenen heb ik meteen uit gedaan en aan de kant gegooid en ik zit nu languit op de bank na te genieten van deze geweldige avond. Dan gaat de telefoon. Iemand anders zou misschien verbaasd zijn dat ze zo laat nog opgebeld worden, maar mijn moeder en ik weten precies wat dit moet betekenen. Het gaat slecht met haar tweelingbroer en hij heeft niet lang meer te leven, dus dit moet het moment zijn. Het is haar oudste broer die ons opbelt met het slechte nieuws. Hij is nog niet dood maar het kan hoogstens nog een paar uur duren.

Vanavond iets na zevenen heeft hij een longontsteking gekregen. Vanaf die tijd hebben ze geprobeerd mijn moeder te bereiken, maar ze had haar telefoon uit staan omdat ze in de bioscoop zat terwijl ik naar het concert ging. Niets vermoedend van wat er zich thuis afspeelde hebben wij een leuke dag gehad. Maar nu valt de bom keihard binnen.

Snel trek ik mijn schoenen weer aan en pak mijn spullen omdat mijn oom ons komt ophalen. Eerst zet hij mij af bij mijn neven en nichten en dan rijdt hij, samen met mijn moeder, door naar het verpleeghuis. Ik weet niet wat ik moet voelen, dit is zo gek. Natuurlijk ben ik geschrokken van het telefoontje en verdrietig omdat iemand van wie ik zo veel houd aan het doodgaan is. Maar dat blije gevoel van het concert zit ook nog helemaal in mijn lijf. Ik kan nu dus niet echt verdrietig zijn en de vreugde is ook gedoofd. Zo dubbel, het lijkt elkaar bijna op te heffen. En alles voelt mat aan.
Ik kijk nog even de herhaling van “Starmaker” terug en ga dan naar bed. Echt slapen lukt nog niet, dus ik zet mijn net gekochte cd van K-otic op en sla de vlag met hun foto om mijn kussen. Ik wil nu even niet verdrietig zijn, dat komt straks wel. Nu wil ik nog even mogen genieten van die fijne dag. Ik luister naar de liedjes en zing ze fluisterend mee. De tranen duw ik weg. Nog niet, nu nog niet, nog even genieten. Ik ontken de pijn, alsof het een zondag ochtend is en ik de ochtend probeer buiten te sluiten. Uiteindelijk val ik dan toch in slaap.

De volgende ochtend maakt mijn neef me wakker. Hij zit naast mijn bed met een telefoon in zijn handen. Mijn moeder aan de andere kant van de lijn vertelt me dat het voorbij is, dat hij weg is. Gestorven om precies negen uur ’s ochtens, ze hoorden de klokken luiden toen hij zijn laatste adem uitblies. Ik zit hier, op de rand van mijn bed met mijn neef en nicht naast me. Alle drie zijn we onze oom verloren en alle drie zouden we vandaag mijn oma’s tachtigste verjaardag moeten vieren.

 

Zie ook: 15 jaar geleden (deel 1)

One Comment