Nieuwe ronde, Nieuwe kansen (13)

‘Daar is ze weer’ Bart slaat bij zijn armen om me heen en geeft me een dikke knuffel. ‘AUW! Fijn dat je blij bent me te zien, maar laten we mijn schouders even heel houden.’
‘Sorry’ Hij kijkt me geschrokken en blij aan.
Na mijn ongeluk ben ik een paar weken uit de running geweest. Bijna al mijn collega’s zijn wel een keer langs geweest, behalve Bart. Hij zat voor nieuwe opnames van Barts Barricade in het buitenland, maar hij heeft me iedere dag gebeld, hoewel ik hem in het begin vaak niet sprak omdat ik veel sliep en te moe was om te bellen. Ik vond het verschrikkelijk. Hij zes weken in het buitenland en ik zes weken thuis op de bank, terwijl ik eigenlijk met hem mee zou gaan. In feite heb ik geluk gehad, een zware hersenschudding, schouder op 5 plekken gebroken en een aantal ribben gekneusd. Maar goed, het had veel erger kunnen zijn. ~Maar oh, wat had ik graag met Bart meegegaan. Veel liever dan tegen Robins chagrijnige kop aan moeten kijken.~ Robin heeft goed voor me gezorgd, maar hij is alles behalve een verzorgend type. Hij werd iedere dag knorriger, maar misschien kwam het wel door al die telefoontjes van Bart.

‘Lief dat je iedere dag gebeld hebt.’ ~Waarom belde je eigenlijk iedere dag?~ ‘Ja, ik was zo geschrokken, je had wel dood kunnen zijn.’
‘Nou ik ben er nog dus niets aan de hand.’ ~Wat verschrikkelijk als mensen zeggen “je had wel dood kunnen zijn.” Ja, het was erg, maar het was weken geleden en ik heb wel wat anders aan mijn hoofd. Ik wil verdomme weer aan de slag.~ ‘Suus, doe nou niet alsof het niets is, je bent zeker tien minuten buitenwesten geweest.’ Zijn stem slaat over en hij klinkt boos. ‘Nee, er is goddank niets gebeurd, maar ik had een van mijn beste vrienden kwijt kunnen zijn.’ Ik kijk hem boos aan. ‘Ik heb al weken genoeg gezeik over me heen gehad van Robin, begin jij nou ook al.’ Hij kijkt me vragend aan. ‘Het is uit oké, hij heeft me gedumpt.’
‘Waarom?’
‘Weet ik veel!’ ~Natuurlijk weet ik dat, van wegen jou.~ ‘Omdat hij niet voor me wilde zorgen, denk ik, en omdat… auw!’ Mijn schouders verkrampen van woede, maar ze zijn nog zwak en het doet verschrikkelijk veel pijn. ‘Ga zitten.’ Bart trekt een stoel naar achteren en ik wil hem weigeren, maar de pijn dwingt me om toch te gaan zitten. Zodra ik zit neemt hij tegenover mij plaats, pakt mijn hand en wacht toch ik mijn zin afmaak. Ik zucht. ‘en omdat hij ervan baalde dat jij zo vaak belde.’
‘Ik was gewoon bezorgd.’ Maar toch laat hij net iets te snel mijn hand los. ~Houd hem vast alsjeblieft.~ ‘Luister, ik ga het niet hardop zeggen, je weet toch wel wat er is. Robin is ook niet achterlijk, hij had het echt wel door en als jij dan ook nog eens iedere dag belt om te vragen hoe het gaat. Nota bene vanaf de andere kant van de wereld. Hoe denk je dan dat hij zich voelt. Hoe lief ook, je had gewoon niet moeten bellen.’ Het blijft stil, het blijft te lang stil. ~Zeg iets verdomme!~ ‘Het is zoals het is. Mag ik nou aan de slag ik kan wel wat afleiding gebruiken.’ Terwijl ik wegloop, masseer ik mijn schouder om de spanning eruit te krijgen. ‘Oh Bart, … , nee laat maar.’ ~Ik ga op zoek naar een andere baan.~