Van voluptueus hout zaagt men planken
Mijn brood is altijd gezellig belegd
Het boek dat ik lees is een volslanke pil
En als ik het koud heb kruip ik onder een Bourgondisch dekbed
Ik heb geen gezette portemonnee
Want ik houd niet van ronddoenerij
Toch geef ik je een kus met een maatje meer

Maar noem mij alsjeblieft gewoon DIK