Stukje bij beetje peuter ik je los. Lang was je een deel van mij, maar al jaren wil ik van je af. Eerst scheur ik de grote stukken los. Voorzichtig dat ik geen huid meetrek. Het doet wel pijn maar het is het waard. Ik moet er gewoon even doorheen. Voorkomen dat ik helemaal geen huid los haal kan ik niet. Gelukkig is het alleen de bovenlaag.
Dan is het tijd voor de lijmresten. Ik wrijf stevig de losse stukjes eraf en voor de rest gebruik ik een schuursponsje met wat handzeep. Fijn is anders maar het werkt wel en ik wil gewoon van je af. Hoe eerder hoe beter.

Als laatste ga ik die kleine splintertjes te lijf met een pincet. Stuk voor stuk trek ik ze eruit terwijl ik op mijn lip bijt. Het is een geduldig werkje en ik moet mijn hoofd erbij houden. Langzaam verdwijn je zo uit mijn lijf en bij ieder splintertje dat ik weghaal voel ik me kilo’s lichter.
Tijd voor de laatste, hij is lastig en wil er niet uit. Maar ik ga door en uiteindelijk heb ik hem. Nu nog een paar dagen een verbandje eromheen en dat ben ik eindelijk van je af.